Cvvd Iran

Comité voor vrede, vrijheid en democratie in Iran

 
  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Persbericht NCRI

E-mail Afdrukken

11 juni 2009 

Khamenei, Ahmadinejad en de Revolutionaire Garde bereiden gronden voor aangaande bloedige binnenlandse zuivering en wijd verspreide onderdrukking 


Ali Khamenei, de Opperste Leider van de mullahs, en zijn factie zijn voorbereidingen aan het treffen voor een bloedige binnenlandse zuivering en wijd verspreid hardhandig optreden in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van het regime. Tegelijkertijd waarschuwde de Revolutionaire Garde, die bevreesd is voor sociale onrust en jongeren die hun voordeel nemen van de machtsstrijd binnen het regime, tegen iedere ontwikkeling vergelijkbaar met de gebeurtenissen in Georgië. Het hoofd van de Revolutionaire Garde, Javani, zei:” Elke beweging in de lijn met een fluwelen revolutie zal worden verpletterd bij de oprichting ervan."

Onder verwijzing naar de bloedige repressie van de opstand door mensen en studenten verordend door Khamenei en Khatami op 9 juli 1999, zei hij:”Opruiing door degenen die ordeverstoring zoeken en instabiliteit van het land met onheilspellende voor ogen hebben zullen worden geplet met een hint van de leider en zij zullen worden vernietigd.”
Hij vervolgde door de rivaliserende factie te bedreigen en zei:”Het is de Opperste Leider die bepalend is voor de routekaart en de mensen zullen afstand nemen van degenen die dat pad niet volgen.”
Ondertussen zei Ahmad Salek, een geestelijke van Khamenei’s factie:”De ingezette criminelen en vandalen zoeken ordeverstoring op straat en plannen een herhaling van gebeurtenissen in Centraal Azië door aan te zetten tot een fluwelen revolutie in Iran.” 
In zijn toespraak op de technische universiteit Sharif sprak de mullahs’ president Ahmadinejad gisteren over bestrijding van de rivaliserende factie en de familie van Hashemi Rafsanjani en zei:”Ik zal met hen afrekenen in de volgende regering.”
Hij herhaalde:”Degenen die de rechten van de mensen overtreden en hun rijkdom gebruiken voor persoonlijke doeleinden zullen paraderen in de bazaar en gedwongen worden excuses aan te bieden voor de mensen.” 
Door te verwijzen naar de rivaliserende factie zei Ahmadinejad:”Volgens de wet moet de president niet worden beledigd. Zij hebben de president beledigd en dit is een misdaad. In overeenstemming met de wet moet zo’n persoon worden gestraft en zou naar de gevangenis moeten gaan.”
Zoals het Iraanse Verzet heeft herhaald zijn de schijnverkiezing en de escalatie van interne vetes in de laatste fase van dit regime omgezet in een brede crisis waarmee het geestelijke middeleeuwse regime zich ziet geconfronteerd. Dit is een onwettig regime en al zijn facties alsmede hun leiders zijn betrokken geweest bij martelingen en executies, export van terrorisme en fundamentalisme, plundering van de rijkdom van het Iraanse volk en zij moeten worden berecht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid.

Secretariaat van de Nationale Raad van Verzet van Iran
11 juni 2009